Zelfvoorziening in voedsel

22 Maart jongstleden kruisenden de leden van ekistics de degens over de haalbaarheid van zelfvoorzienende steden en dorpen. Er waren veel aanwezigen en dit zorgde voor een vrolijke boel. Na eindeloos kletsen over ervaringen uit Nieuw-Zeeland en over vissen werd het dan toch tijd om aan de discussie te beginnen die zich in het bijzonder richtten op zelfvoorzienendheid in voedsel.  Het ging om de vraag of het tijd is dat Nederland zich ook in gaat zetten in de zelfvoorziening.

Dit zorgde voor de nodige discussie, want is dit wel haalbaar? En moeten we dat willen? Dit zou bijvoorbeeld betekenen dat we alleen nog maar seizoensgebonden producten mogen eten. Ook was een van de punten dat ook al heeft Nederland het juiste klimaat voor een bepaald product, dit betekend niet automatisch dat het in je eigen tuin ook goed groeit. Tevens werd stilgestaan bij het verlies van schaalvoordeel wanneer gemeenschappen hun eigen voedsel gaan verbouwen, maar dat daar tegenover staat dat het zelf verbouwen van voedsel een beter bewustzijn kan opleveren over de productie van voedsel en wat als een eerlijke prijs kan worden beschouwd. We waren het er in ieder geval over eens dat dit bewustzijn cruciaal is en mensen meer dienen te weten van voedsel, het productieproces en waar het vandaan komt.

Kortom, een mooie discussie over een onderwerp wat misschien wel steeds meer een rol gaat spelen in Nederland.

De kunstmatigheid van administratieve grenzen

Gisteren is het advies ‘Grenzeloos Gunnen’ gepresenteerd. Een advies voor de gemeentelijke herindeling van de provincie Groningen. Als het advies wordt opgevolgd gaat het aantal gemeenten van 23 terug naar 6. Teleurstellend dat er niet over provinciegrenzen heen is gekeken.

Het terugbrengen van het aantal gemeenten moet de bestuurlijke drukte verminderen, de kwaliteit van het ambtenarenapparaat verbeteren en strategische beleidsvoering versterken. Goede ambities die aansluiten bij de gedachte dat het subregionale schaalniveau steeds vaker het niveau is waar vraagstukken spelen. De activiteiten van alledag beperken zich niet meer tot de gemeentegrens. Door toenemende mobiliteit in combinatie met de netwerksamenleving waarin we inmiddels leven, hebben ‘Daily Urban Systems’ een steeds grotere reikwijdte.

Tegelijkertijd heeft de adviescommissie een kans laten liggen. Er is namelijk niet over de provinciegrens heengekeken. Daarmee staat is sommige gevallen niet de reële gemeenschappelijke opgave centraal, maar de bureaucratische werkelijkheid van onwrikbare beschouwde administratieve grenzen. Een voorbeeld is het gebied rond het Lauwersmeer. Hier liggen belangrijke vraagstukken op vlak van waterberging, natuurontwikkeling en de ontspanningseconomie. Niets zou logischer zijn dat de huidige drie gemeenten rond om het meer, De Marne, Kollumerland en Dongeradeel,  één nieuwe gemeente  vormen. Ware het niet dat de laatste twee onderdeel zijn van de provincie Friesland en dat daarom deze optie buiten beschouwing is gelaten. Eenzelfde pleidooi kan worden gehouden voor de gemeenten Haren en het Drentse Tynaarlo. Het zijn gemiste kansen om de bestuurlijke realiteit te matchen met de g opgaven die gemeenten daadwerkelijk bezighouden en verbinden.

Wanneer gemeentelijke dan wel provinciale herindelingen de effectiviteit van bestuursorganen dient te vergroten, moeten deze worden gebasseerd op de werkelijke gemeenschappelijke opgaven.

Ward Rauws

Hidden defining factors of the evolution of spatial planning schools

In the five years that Ekistcis exists, it’s members have discussed numerous topics within the realm of spatial planning and beyond. The power of Ekistics is the broad approach to these topics. Ekistics members can identify with a broad range of spatial planning Schools. However all these spatial planning schools differ, the environment they evolved has also much in common. In February 2013, a small group of Ekistics member tried to identify common factors which defined the evolution of spatial planning schools.

Most spatial planners oversee ordinary factors as: sovereignty, ownership, visibility, habitability, solidness and boundaries as defining factors for the evolution of their planning schools. As these factors are the same for the evolution of most spatial planning schools, it is usually no problem to give them less attention. But if one is planning an environment where the factors differ one should take notice. An example of such environment is the seas. The seas are have less sovereignty, no ownership, low visibility, no inhabitants, a fluid nature and no clear boundaries. Therefore spatial planning within the seas is a different ball game to the realm of terrestrial spatial planning!

The last is the topic of the Master thesis of Ekistics Member Tom van der Meer. As the chairman, he used this meeting to refine his hypothesis and find the right terminology for certain parts of his argumentation.

Het nieuwe regeerakkoord 2012 VVD PvdA

Verslag Ekistics 3 november

PvdA en VVD maakten deze week hun voorlopige regeerakkoord bekend. Menig lid van het dispuut stond te popelen om de opvallende punten met betrekking tot de Ruimtelijke Orderning aan de kaak te stellen

Gemeentes gaan woningcoöperaties aansturen

Er heerst enige verbazing, Laura vertelt dat de coöperaties meestal helemaal niet zo goed samenwerken met gemeenten, ze hebben namelijk hele andere kijk op ruimte. Terwijl er in het regeerakkoord nadruk gelegd wordt op supervisie door de gemeente, komt er uit de discussie een beeld naar voren wat eerder lijkt op een onharmonieuze samenwerking. Er worden wel enkele mogelijke scenario’s genoemd. De gemeenten en de coöperaties zouden wel nauwer met elkaar moeten gaan samenwerken. Zeker als er geen financiën bij komen, is het lastig te zeggen wat een gemeente als Groningen nog aan ruimtelijke ordening kan doen als de coöperaties zich slechts toespitsen op bouwen, verhuren en beheren.

Olympische spelen gaan niet door

Waar velen het niet doorgaan van de plannen om de Olympische Spelen naar Nederland te halen, niet zagen als een ruimtelijk issue, benadrukt Ward dit juist als grote teleurstelling uit het regeerakkoord. De Olympische Spelen zouden aan kunnen zetten tot een gezamenlijk doel, waardoor de ontwikkelingen in crisis tijd ten minste één kant op wijzen en sommige projecten als een Randstad-Rail eindelijk eens van de grond af zouden komen. Jimme vindt toch dat de Olympische organisatie een beetje stinkt. Het hangt erg af van de lobby die gevoerd moet worden, een hoop beloftes voor veel geld en toch een hoop onzekerheid over de uiteindelijke gunning. Thomas benadrukt het belang van programma management, als het aankomt op visie en gezamenlijke doelen. Ward ziet echter weinig of geen alternatief verenigend verhaal dat de Olympische Spelen zou kunnen vervangen als geleide rails voor de ruimtelijke ontwikkeling en het economisch herstel.

Minder gemeenten en Provincies

Het laatste onderwerp dat behandeld werd was de fusie van gemeenten en provincies. Hoewel velen de voorgestelde plannen in lijn zien van de voorgaande kabinetten, worden er ook openlijk getwijfeld aan de effectiviteit en bezuinigingen van de fusies. De gebouwde provinciehuizen zouden bij voorbeeld (een deel van) hun functie kunnen verliezen, deze kosten voor de drie noordelijk provincies al gauw een paar honderden miljoenen, terwijl de bezuinigingen als niet veel meer dan dat berekend zijn. Er volgt een consensus op het feit dat de fusies van gemeenten en provincies een goede institutionele stimulans zou kunnen zijn op het gebiedsgerichte denken binnen ruimtelijke programma’s en projecten. De kritische kanttekening is echter dat het bestuurlijk apparaat wel een grote voorkeur kan blijven houden op de voormalige gebieden waar zij hun functies verkregen.

Dispuutsavond: mooi of lelijk?

De eerste vrijdag van de maand oktober stond in het teken van het thema ‘mooi of lelijk’. Dit had geen betrekking op de laatste mode of op de schoonheid van de dispuutsleden zelf… ‘planologische projecten’ in Nederland waren onderwerp van debat. De term planologische projecten werd ruim geïnterpreteerd en dit resulteerde in een presentatie van rond de dertig projecten die het bekijken en bediscussiëren waard bleken. Afgaande op de eerste reactie werd per project door elk lid genoteerd of het project als ‘mooi’ dan wel ‘lelijk’ te bestempelen was. Dit is niet anders dan dat we zelf door de stad lopen of ergens rijden en om ons heen kijken, meestal vormt zich direct een oordeel in ons hoofd. We vinden iets mooi of lelijk, en weten soms niet eens waarom. Met die gedachte in het achterhoofd waren door de voorzitter van de avond gebouwen uitgekozen als de nieuwe uitbreiding van het Stedelijk Museum te Amsterdam, het circustheater in Zandvoort, de wijk Vathorst Amersfoort, stationsplein Apeldoorn, Le Medi te Rotterdam en het station Muziekwijk in Almere en natuurlijk ook nog wat bekend materiaal: het Gasuniegebouw, het V&D- en het DUO-gebouw te Groningen. Raden welk project werd beoordeeld en waar dat staat in Nederland is natuurlijk onderdeel van de opdracht! Nadat alle foto’s van een persoonlijke reactie waren voorzien, werd het tijd voor discussie. Gelukkig waren de leden het niet altijd met elkaar eens.   Iets mooi dan wel lelijk vinden heeft niet alleen met persoonlijke voorkeur te maken, maar ook met voorkennis, roots, de foto en of iets bekend is of in het echt ervaren. Ook je achtergrond maakt uit, zo bleek toen een groep architecten uit Tilburg (op bezoek in Groningen) zich kort aansloot en even meekeek naar het stationsplein te Apeldoorn. Kijk je naar het gebouw, de bomen of het geheel? Niet iedereen kijkt hetzelfde zo bleek! Bewuster van onze eigen blik en met een aantal nieuwe gebouwen en wijken in Nederland op het netvlies kunnen we tevreden terugkijken op een gezellige dispuutsavond. En het onderwerp van debat bleef nog even in de hoofden doorgonzen… in het weekend zijn door diverse leden enkele van de besproken gebouwen met een frisse blik in het echt bekeken. Gelukkig blijkt de werkelijkheid soms mooier dan de foto!

Harlingen en haar planologische uitdagingen

Vrijdag 21 september was Ekistics te gast bij de gemeente Harlingen. Tijdens een interactieve sessie met enkele ambtenaren van de gemeente werd meteen duidelijk dat de ontwikkeling van Harlingen een interessante casus is voor planologen. De dames en heren van Ekistics beten zich er ogenblikkelijk in vast.

Voormalige garnizoensstad Harlingen heeft verschillende functies voor de regio. Het vormt de hub naar de eilanden Vlieland en Terschelling, het herbergt de belangrijkste haven van Friesland en verbindt de kop van Friesland (A31) met de kop van Noord-Holland (A7). Daarnaast beschikt het over een prachtig historisch centrum. Tegelijkertijd staat de gemeente voor een scala aan opgaven. Er ligt een transformatieopgave voor de naoorlogse wijken, de relatie met het water wil de stad graag versterken, het hoge percentage werkloosheid moet worden bestreden en het opleidingsniveau van de bevolking dient te worden verhoogd. Daarnaast is er de ambitie de verblijfsduur van toeristen in de gemeente te verlengen en de A31 en de N31 te verbinden met een nieuw, hoogwaardig tracé midden door de stad. Een diversiteit een opgaven waar naast financiële beperkingen ook wet- en regelgeving rond de Waddenzee en primaire zeeweringen om creatieve oplossingen vragen.

Ekistics kwam tot de conclusie dat een succesvolle verder ontwikkeling van het gebied alleen mogelijk is met een integrale aanpak. Wil een ontwikkelingspad worden gevonden dat beklijft en zichzelf versterkt, dan is een verbindend en mobiliserend verhaal nodig waarin de verschillende vraagstukken in samenhang worden bezien. Een verhaal voor stad en haar ommeland dat verbonden is aan de centrale waarden van het gebied zoals die door de gebruikers worden ervaren. Deze waarden vormen de pijlers voor een integraal ruimtelijk concept dat vooral gebaseerd is op het faciliteren van de innovatie initiatieven van ‘onderop’ die al in het gebied te vinden zijn. Kortom, ontwikkeling op eigen kracht, en daarvoor heeft Harlingen genoeg unieks te bieden.

Het Ruimtelijk Verkiezingsdebat 2012 zit er op!

Op 4 september organiseerder G.D.P. Ekistics voor de tweede maal een nationaal ruimtelijk verkiezingsdebat. Zes kandidaat Tweede Kamerleden gingen de verbale strijd met elkaar aan in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. De introductie voor het debat werd verzorgd doorRijksbouwmeester Frits van Dongen en hoogleraar planologie Gert de Roo. Vervolgens gingen Marc Jager (CDA), Bart Vink (D66), Niels van den Berge (Groen Links), Henk Nijboer (PvdA), Ike Teuling (SP) en Betty de Boer (VVD) met elkaar in debat over de actuele,ruimtelijke thema’s. Onder de bezielende leiding van presentator Menno Bentveld debarteerden de kandidaatkamerleden achtereenvolgen over leegstand van vastgoed, een transitie naar duurzame energievoorziening, en het vermarkten van natuur, landschap en leisure.

Niet alleen de debaters mengden zich in de strijd, ook het publiek kon zich laten gelden door middel van stemkastjes. Hierdoor was voor iedereen goed bij te houden wie het goed deed in het debat en welke partij door de mand leek te vallen. Ook kon het publiek zelf bepalen wie er met elkaar het debat aangingen. De debaters zetten ondertussen hun beste beentje voor om in de smaak te vallen bij het aanwezige publiek. Uiteindelijk was het een zeer levendige avond met brede groepsdiscussies en éen-op-één debatten.

Introductie leegstand van kantoren

Introductie transitie naar duurzame energie

Introductie natuur, landschap en leisure

Na afloop waren zowel de debaters als het aanwezige publiek het erover eens: Het Ruimtelijk Verkiezingsdebat 2012 was een groot succes. De organisatie wil iedereen die dit succes mede mogelijk heeft gemaakt hartelijk danken voor de medewerking. Bekijk hieronder een samenvatting van het debat.

Ruimtelijk Verkiezingsdebat 2012

Wat moet Nederland met leegstaande kantoren en bedrijfsterreinen? Wil Nederland voorop gaan in de transitie naar duurzame energie en hoe pakken we dat aan? Is natuur- en recreatieontwikkeling een lokale verantwoordelijkheid of een rijkstaak? En wat zijn de gevolgen van de te maken keuzes voor de jongeren en starters van nu? Vragen die afhankelijk van de verkiezingsuitslag van 12 september verschillend beantwoord kunnen worden.

Dit jaar worden er weer verkiezingen gehouden en daarom vindt op dinsdagavond 4 september 2012 het Ruimtelijk Verkiezingsdebat plaats in de Aula van de Rijksuniversiteit Groningen. Het debat wordt georganiseerd door het Groninger Dispuut der Planologen Ekistics: een enthousiaste club studenten, jonge docenten, PhD’s en afgestudeerden van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen met een passie voor planologie. Bekijk de trailer voor een voorproefje!
Onder leiding van Menno Bentveld (bekend van Jules Unlimited, Nieuwslicht en De Wereld Draait Door) debatteren kandidaten van de PvdA (Henk Nijboer), CDA (Marc Jager), VVD (Betty de Boer), SP (Ike Teuling), Groenlinks (Niels van den Berge) en D66 (Bart Vink) over de bovengenoemde onderwerpen.

In het interactieve debat krijgt het publiek krijgt meerdere malen de kans van zich te laten horen met behulp van stemkastjes. Klik hier voor een sfeerimpressie van het debat in 2010. Wij hopen jullie ook dit jaar weer te zien!

Debat bijwonen? Meld je aan op www.ruimtelijkverkiezingsdebat.nl. Daar is ook meer informatie over de kandidaten, de thema’s en de opzet van het debat te vinden. Toegang is gratis.

Volg ons ook via Twitter!