Ekistics ontdekt de Overijsselse Vecht

Je zou het niet zeggen als je de kalme, onschuldig ogende Vecht door het Overijsselse landschap ziet stromen, maar deze regenwaterrivier zorgt voor wateroverlast. De waterveiligheid is in het geding en daarom sloegen in 2009 twaalf partijen de handen ineen om het stroomdal van de rivier opnieuw in te richten.  Daarbij worden ook kansen gezien voor recreatie, natuurontwikkeling en landbouw. Ekistics ging op pad met projectsecretaris Maarten Pouwel om te bekijken wat het project anno 2014 heeft opgeleverd en om mee te denken over hoe het verder moet. Wat een mooi stukje Nederland kreeg zij te zien!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Van nevengeul tot uitkijktoren

Vier projecten werden bezocht. De nevengeul bij Vechterweerd, waarbij camping Boerhoes op slimme wijze ineens haar eigen ‘waterfront’ heeft. De herinrichting van Landgoed het Lear, waarbij de realisatie van extra bergingscapaciteit is gecombineerd met een opknapbeurt van het landgoed. Ook uitkijktoren de Stokte werd beklommen. Vanaf het platform zijn de sporen van de voormalige loop van de Vecht goed te herkennen. Een prachtige plek voor een romantische, nachtelijke bivak. Tot slot werd het Vechtpark aan inspectie onderworpen. De meningen waren unaniem, een ingenieus ontwerp waarbij letterlijk waterveiligheid, natuurontwikkeling en recreatie bij elkaar zijn gebracht. Bovendien heeft Harderberg er een prachtig park bij. Alleen dat uitzicht op het nieuwe stadhuis…

Advies

De projecten zijn grotendeels gefinancierd uit het investeringsbudget dat de provincie Overijssel ter beschikking stelde na de verkoop van haar aandelen in Essent. In 2015 komt er een einde aan deze financiering. Aan Ekistics werd gevraagd hoe het projectbureau met minimale middelen de ontwikkelingen in het stroomdal ook na 2015 kan blijven aanjagen.

De adviezen van Ekisticsleden vallen uiteen in twee categorieën: het wat en het hoe. Met betrekking tot de eerste categorie werd een variatie aan creatieve en innovatie projecten geopperd, waarbij het belang en het eigenaarschap vooral bij de gebiedsgebruikers zou liggen. Bijvoorbeeld: hotellodges op de oevers, Vestival Vecht, mediatiezones, de Vecht triatlon, etc.

Wat betreft het hoe heeft het projectbureau volgens Ekistics vooral een faciliterende rol. Daarbij gaat het om het verbinden en activeren van visionairs, creatieveling en trekkers, zodat hun ambities elkaar kunnen versterken en daadwerkelijk tot nieuwe ontwikkelingen leiden. Dit vraagt ook het bieden van zekerheden. Duidelijk kaders en regels waar overheden zich voor een lange periode zich aan committeren en initiatiefnemers op kunnen bouwen. Ekistics acht dit essentieel voor het vertrouwen om investeringen te willen doen. Maak de projecten ook beter zichtbaar en vier elk succes. Aandacht genereert verbondenheid. Zet tot slot in op participatieve monitoring van de ontwikkeling van het Vechtdal en de hieraan verbonden projecten. Dit maakt burgers, gebruikers en ondernemers bewust van de complexiteit van de opgave, versterkt de reflexiviteit op planningstrategieën en interventies en ondersteunt gezamenlijk leren.

De Overijsselse Vecht, mede dankzij de investeringen van afgelopen jaren ligt die er prachtig bij. Nu maar hopen dat dit niet als een vanzelfsprekendheid gaat worden gezien.

Advertenties

Ekistics and politics

Met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur heeft Ekistics kleur bekend. De leden van het dispuut bogen zich op 7 maart over de vraag hoe een verkiezingsprogramma van Ekistics er uit zou zien als mee zou worden gedaan aan de Gemeenteraadsverkiezingen in Groningen.

Dat het een programma werd met een grote nadruk op ruimtelijke onderwerpen was te verwachten. Burgers betrekken bij de besluitvorming, de aanpak van de Zuidelijke Ringweg, het inzetten op een eigen energie productie, bussen van de Grote Markt, Stedelijke gastvrijheid, een voortdurende (planologische) discussie over de toekomst van de stad, een zelf lerende stad en Studentenhuisvesting. Een grote diversiteit aan onderwerpen en speerpunten passeerde de revue. Ook de campagne slogan kwam nog even ter sprake  waarbij de leus: “in Groningen spreken we Gronings” echter niet op een meerderheid kon rekenen.

Regionale ruimtelijke plannen – 5 jaar eerder…

Op vrijdag 10 januari was het zover, de eerste dispuutsavond van het nieuwe jaar. Een nieuw jaar dus tijd om vooruit te kijken. De dispuutsavond was gebaseerd op het tv-programma ‘5 jaar later…’, waarin wordt teruggekeken op voorspellingen en verwachtingen die 5 jaar eerder zijn uitgesproken.

Met twaalf Ekistici aan tafel zijn verschillende regionale ruimtelijke plannen/vraagstukken besproken en wat hiervan verwacht kan worden in de komende 5 jaar. Beweringen als een 25% verlaging van de gaswinning, een fusie van de provincies Friesland en Groningen (dat nooit?), een duurzaam en groeiend Airport Eelde en de ‘tramhalte Het Forum’ vliegen over tafel. Ook verwachtingen op persoonlijk vlak en de toekomst van Ekistics worden besproken. Alle verwachtingen en voorspellingen worden vastgelegd.

Want over 5 jaar, in het tweede lustrumjaar van Ekistics, zal het tijd worden om op deze verwachtingen terug te kijken. Er zullen ongetwijfeld ook onverwachte zaken gebeuren in de komende jaren. Zal de toekomst van de provincie en stad Groningen goed zijn ingeschat wat betreft ruimtelijke vraagstukken en ontwikkelingen?

Een verder verslag van de discussie zal volgen, ‘5 jaar later…’

Brainstormen bij Let’s Gro; Lancering Urban Gro Lab

Donderdagavond 21 november werd tijdens het Let’s Gro Festival het Urban Gro Lab gelanceerd. Het Urban Gro Lab wordt een plek waar met een open blik studenten, stadjers en ondernemers door middel van praktijkonderzoek en experimenten invulling geven aan de stad van de toekomst. Ekistics was erbij en daagde het publiek uit bronpunten voor Groningen als stad van de toekomst te identificeren.

Iedere bewoner is een expert van de stad. En daarom werd de deelnemers gevraagd om een stukje van hun kennis te delen. Op een bierviltje schreven zij hun antwoorden op de volgende vragen:

– Welke plek geeft jou een goed gevoel? en hoe zou je dat willen versterken?

– Welke plek geeft jou een slecht gevoel? en hoe zou je dat willen veranderen?

Deze ‘brain cookies’ leverde een grote variate aan ideeën op voor plekken in de stad waar het Urban Gro Lab het verschil kan gaan maken.

Brain Cookies

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Sfeerimpressie van de avond

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Lancering Urban Gro Lab – stad en studenten op zoek naar de stad van de toekomst

Donderdag 21 en vrijdag 22 november staat Groningen op z’n kop met Let’s Gro. Een festival over de toekomst van de stad Groningen, voor en door Groningers. Het evenement telt zo’n 80 activiteiten, van ochtends vroeg tot ’s avond laat. Ekistics is erbij en lanceert samen met de gemeente Groningen en de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen het Urban Gro Lab.

letsgro

Het Urban Gro Lab. Een lab waarin komende jaren studenten, stadjers en andere creativelingen zich richten op vraag hoe de stad van de toekomst eruit komt te zien. Hoe kunnen bewoners en gebruikers van de stad samen bouwen aan een stad in balans? Het Urban Gro Lab zoekt het uit! De Groningers gaan daarbij de samenwerking aan met studenten uit onder meer Wenen en Peking.

De lancering van het Urban Gro Lab is donderdagavond 21 november, 20:00 @ Huis de Beurs, Vismarkt.
Op het programma staan:
– Masterclass Esseline Schieven (Directeur Stedelijke ontwikkeling & uitvoering, gemeente Groningen) over de “Stand van de Stad”
– Brainstorm over de inrichting van het Urban Gro Lab. Denk mee en maak het Lab tot een plek waar jij wordt geprikkeld om nieuwe oplossingen te denken en potentiële werkgevers kan ontmoeten.
– Kandidaten voor een traineeship bij de gemeente Groningen pitchen hun business plan voor het Urban Gro Lab. Eén van hen zal deze avond die baan winnen! Hij of zijn gaat als kwartiermaker voor het Lab aan de slag.

De lancering van het Lab, wees er bij!

Het Lets Gro festival plaats in het centrum van Groningen. Meer informatie en alle activiteiten, zoals het huis van de toekomst in de V&D La Place, een walking dinner, de stad als Urban Gym of de toekomst van de fiets in Groningen, kan je hier vinden.

Discussie: de impact van 3D printen op ruimtelijke ontwikkeling

3D- printen heeft de potentie om ruimtelijke problemen op te lossen vs. 3D- printen creëert ruimtelijke problemen. Wegen de voordelen op tegen de nadelen?

Enerzijds biedt dit onderwerp veel stof tot nadenken; als 3D- printen zich verder ontwikkelt wat betekent dit dan voor onze ruimtelijke planning? Mensen hoeven niet meer naar de winkel voor producten, wat een mobiliteitsreductie zou betekenen. Echter is er voor het printen ook grondstoffen nodig, dus het is maar de vraag wat het uiteindelijke effect hier van is. Dat blijkt ook het heikele punt te zijn in deze discussie; er zijn veel ideeen over hoe het misschien zou kunnen worden, maar het is nu nog niet in te denken of dit wel of niet technisch haalbaar is over enkele jaren. Het 3D-printen is nu nog beperkt tot enkele materialen, maar wellicht is dit in de toekomst geen enkel probleem meer. Als gas in de komende decennia plaats gaat maken voor andere vormen van energie, zou wellicht dit ondergrondse netwerk gebruikt kunnen worden voor de aanvoer van de grondstoffen voor het printen. Dit zou een oplossing kunnen zijn voor de hierboven beschreven mobiliteitskwestie.

Een ander bijzonder punt is massaproductie, zou productie zich niet alsnog clusteren rondom een bepaald punt? Als een persoon bijvoorbeeld een shapefile heeft voor het een, dan kan hij dat ook voor anderen uitprinten en op die manier zou toch weer een nieuwe vorm van massaproductie doorgang vinden. En wat doen we dan met al die producten die niemand wil? Zouden mensen dingen gaan printen die ze eigenlijk niet nodig hebben? Hier blijken de meningen over verdeeld, maar al met al gaan we ervan uit dat het printen van producten ook gewoon veel geld kost, wat verspilling hopelijk in de hand houdt. Je koopt nu immers ook (bijna) geen dingen die je eigenlijk niet nodig hebt.

Een belangrijke overeenkomst wordt gezien met het internetwinkelen. 3D- printen betekent volgens ons vooral een versterking van de huidige trends in het doen van internetaankopen. Wel komen hierbij lastige vraagstukken om de hoek kijken: hoe houd je dit veilig? Producten uit de winkel hebben keurmerken en kunnen getest worden, maar hoe garandeer je kwaliteit van producten die elke keer anders kunnen zijn? Wat gebeurt er als een virus zit in de shapefile voor bouwmaterialen? Vragen waar wij nu nog geen antwoord op kunnen geven, maar waar wel met veel aandacht naar gekeken moet worden in de toekomst.

Wat we wel weten is een van de eerste dingen die geprint moet worden zodra de techniek het toe staat: een windmolen. Om alle energie die nodig is voor deze bijzondere manier van produceren op te wekken.

Discussie: “De planologie is dood, lang leve de planologie…!?”

Hoe organiseren we ruimtelijke planning op rijksniveau? Daarover debatteerde Ekistics op 7 september 2013. VROM is er immers al lang niet meer. Het onderdeel “Ruimte” is niet meer prominent aanwezig in de titel van een ministerie. Hij of zij die gaat zoeken waar “Ruimte” is gebleven moet het doen met een DG ruimte en water binnen I&M. Deze ontwikkeling is op twee manieren te interpreteren.

Ten eerste, het is te zien als een stap terug in de tijd. De nadruk wordt weer gelegd op sectoraal doen en denken,  en ook nog eens selectief (nadruk op infra en milieu), terwijl we eigenlijk steeds meer integraal willen werken. Ook op rijksniveau. Vanuit het vakgebied wordt er niet voor niets veelvuldig geroepen om een integrale visie op ruimtelijke ontwikkeling, of geklaagd dat deze ontbreekt. Echter, met de ingezette trend is het opstellen van een integrale visie op ruimtelijke ontwikkeling verder weg dan ooit. Daarom: er moet een kentering plaatsvinden. Er moet een ministerie Ruimte komen!

Ten tweede, het is te zien als een stap voorwaarts. Je kan ook stellen dat ruimtelijke planning langzaamaan ten onder gaat aan zijn eigen succes. Dat ruimtelijke planning inmiddels een intrinsiek onderdeel is geworden van de overheidscultuur, geïntegreerd in andere sectoren, en zodoende overbodig geworden als ‘eigen sector’. Of ruimtelijke planning nu  is ondergebracht in een DG ruimte en water, VROM of een miniserie voor de leefomgeving, het maakt niet uit. Namelijk, wat het ook wordt: een afdeling ruimte moet een netwerkorganisatie zijn, een institutie die (individuele, sectorale) inhoudelijke kennis en ervaring bijeenbrengt – waarbij werknemers met opgedane kennis weer uitvliegen naar de sector.

De discussie ging los aan de hand van de stelling: Het is een zege voor de planologie dat er geen ministerie voor ruimtelijke planning is. Binnenkort staat hieronder een verslag van de discussie!