Brainstormen bij Let’s Gro; Lancering Urban Gro Lab

Donderdagavond 21 november werd tijdens het Let’s Gro Festival het Urban Gro Lab gelanceerd. Het Urban Gro Lab wordt een plek waar met een open blik studenten, stadjers en ondernemers door middel van praktijkonderzoek en experimenten invulling geven aan de stad van de toekomst. Ekistics was erbij en daagde het publiek uit bronpunten voor Groningen als stad van de toekomst te identificeren.

Iedere bewoner is een expert van de stad. En daarom werd de deelnemers gevraagd om een stukje van hun kennis te delen. Op een bierviltje schreven zij hun antwoorden op de volgende vragen:

– Welke plek geeft jou een goed gevoel? en hoe zou je dat willen versterken?

– Welke plek geeft jou een slecht gevoel? en hoe zou je dat willen veranderen?

Deze ‘brain cookies’ leverde een grote variate aan ideeën op voor plekken in de stad waar het Urban Gro Lab het verschil kan gaan maken.

Brain Cookies

Deze diashow vereist JavaScript.

Sfeerimpressie van de avond

Deze diashow vereist JavaScript.

Lancering Urban Gro Lab – stad en studenten op zoek naar de stad van de toekomst

Donderdag 21 en vrijdag 22 november staat Groningen op z’n kop met Let’s Gro. Een festival over de toekomst van de stad Groningen, voor en door Groningers. Het evenement telt zo’n 80 activiteiten, van ochtends vroeg tot ’s avond laat. Ekistics is erbij en lanceert samen met de gemeente Groningen en de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen het Urban Gro Lab.

letsgro

Het Urban Gro Lab. Een lab waarin komende jaren studenten, stadjers en andere creativelingen zich richten op vraag hoe de stad van de toekomst eruit komt te zien. Hoe kunnen bewoners en gebruikers van de stad samen bouwen aan een stad in balans? Het Urban Gro Lab zoekt het uit! De Groningers gaan daarbij de samenwerking aan met studenten uit onder meer Wenen en Peking.

De lancering van het Urban Gro Lab is donderdagavond 21 november, 20:00 @ Huis de Beurs, Vismarkt.
Op het programma staan:
– Masterclass Esseline Schieven (Directeur Stedelijke ontwikkeling & uitvoering, gemeente Groningen) over de “Stand van de Stad”
– Brainstorm over de inrichting van het Urban Gro Lab. Denk mee en maak het Lab tot een plek waar jij wordt geprikkeld om nieuwe oplossingen te denken en potentiële werkgevers kan ontmoeten.
– Kandidaten voor een traineeship bij de gemeente Groningen pitchen hun business plan voor het Urban Gro Lab. Eén van hen zal deze avond die baan winnen! Hij of zijn gaat als kwartiermaker voor het Lab aan de slag.

De lancering van het Lab, wees er bij!

Het Lets Gro festival plaats in het centrum van Groningen. Meer informatie en alle activiteiten, zoals het huis van de toekomst in de V&D La Place, een walking dinner, de stad als Urban Gym of de toekomst van de fiets in Groningen, kan je hier vinden.

Discussie: de impact van 3D printen op ruimtelijke ontwikkeling

3D- printen heeft de potentie om ruimtelijke problemen op te lossen vs. 3D- printen creëert ruimtelijke problemen. Wegen de voordelen op tegen de nadelen?

Enerzijds biedt dit onderwerp veel stof tot nadenken; als 3D- printen zich verder ontwikkelt wat betekent dit dan voor onze ruimtelijke planning? Mensen hoeven niet meer naar de winkel voor producten, wat een mobiliteitsreductie zou betekenen. Echter is er voor het printen ook grondstoffen nodig, dus het is maar de vraag wat het uiteindelijke effect hier van is. Dat blijkt ook het heikele punt te zijn in deze discussie; er zijn veel ideeen over hoe het misschien zou kunnen worden, maar het is nu nog niet in te denken of dit wel of niet technisch haalbaar is over enkele jaren. Het 3D-printen is nu nog beperkt tot enkele materialen, maar wellicht is dit in de toekomst geen enkel probleem meer. Als gas in de komende decennia plaats gaat maken voor andere vormen van energie, zou wellicht dit ondergrondse netwerk gebruikt kunnen worden voor de aanvoer van de grondstoffen voor het printen. Dit zou een oplossing kunnen zijn voor de hierboven beschreven mobiliteitskwestie.

Een ander bijzonder punt is massaproductie, zou productie zich niet alsnog clusteren rondom een bepaald punt? Als een persoon bijvoorbeeld een shapefile heeft voor het een, dan kan hij dat ook voor anderen uitprinten en op die manier zou toch weer een nieuwe vorm van massaproductie doorgang vinden. En wat doen we dan met al die producten die niemand wil? Zouden mensen dingen gaan printen die ze eigenlijk niet nodig hebben? Hier blijken de meningen over verdeeld, maar al met al gaan we ervan uit dat het printen van producten ook gewoon veel geld kost, wat verspilling hopelijk in de hand houdt. Je koopt nu immers ook (bijna) geen dingen die je eigenlijk niet nodig hebt.

Een belangrijke overeenkomst wordt gezien met het internetwinkelen. 3D- printen betekent volgens ons vooral een versterking van de huidige trends in het doen van internetaankopen. Wel komen hierbij lastige vraagstukken om de hoek kijken: hoe houd je dit veilig? Producten uit de winkel hebben keurmerken en kunnen getest worden, maar hoe garandeer je kwaliteit van producten die elke keer anders kunnen zijn? Wat gebeurt er als een virus zit in de shapefile voor bouwmaterialen? Vragen waar wij nu nog geen antwoord op kunnen geven, maar waar wel met veel aandacht naar gekeken moet worden in de toekomst.

Wat we wel weten is een van de eerste dingen die geprint moet worden zodra de techniek het toe staat: een windmolen. Om alle energie die nodig is voor deze bijzondere manier van produceren op te wekken.

Discussie: “De planologie is dood, lang leve de planologie…!?”

Hoe organiseren we ruimtelijke planning op rijksniveau? Daarover debatteerde Ekistics op 7 september 2013. VROM is er immers al lang niet meer. Het onderdeel “Ruimte” is niet meer prominent aanwezig in de titel van een ministerie. Hij of zij die gaat zoeken waar “Ruimte” is gebleven moet het doen met een DG ruimte en water binnen I&M. Deze ontwikkeling is op twee manieren te interpreteren.

Ten eerste, het is te zien als een stap terug in de tijd. De nadruk wordt weer gelegd op sectoraal doen en denken,  en ook nog eens selectief (nadruk op infra en milieu), terwijl we eigenlijk steeds meer integraal willen werken. Ook op rijksniveau. Vanuit het vakgebied wordt er niet voor niets veelvuldig geroepen om een integrale visie op ruimtelijke ontwikkeling, of geklaagd dat deze ontbreekt. Echter, met de ingezette trend is het opstellen van een integrale visie op ruimtelijke ontwikkeling verder weg dan ooit. Daarom: er moet een kentering plaatsvinden. Er moet een ministerie Ruimte komen!

Ten tweede, het is te zien als een stap voorwaarts. Je kan ook stellen dat ruimtelijke planning langzaamaan ten onder gaat aan zijn eigen succes. Dat ruimtelijke planning inmiddels een intrinsiek onderdeel is geworden van de overheidscultuur, geïntegreerd in andere sectoren, en zodoende overbodig geworden als ‘eigen sector’. Of ruimtelijke planning nu  is ondergebracht in een DG ruimte en water, VROM of een miniserie voor de leefomgeving, het maakt niet uit. Namelijk, wat het ook wordt: een afdeling ruimte moet een netwerkorganisatie zijn, een institutie die (individuele, sectorale) inhoudelijke kennis en ervaring bijeenbrengt – waarbij werknemers met opgedane kennis weer uitvliegen naar de sector.

De discussie ging los aan de hand van de stelling: Het is een zege voor de planologie dat er geen ministerie voor ruimtelijke planning is. Binnenkort staat hieronder een verslag van de discussie!

Ruimte = was geweldig!

Wat betekent ruimte voor jou? Deze vraag stond centraal tijdens het Ruimte= festival, wat in juni plaatsvond in de Academie van Bouwkunst te Groningen. Alle aanwezigen werden uitgedaagd om vanuit hun eigen perspectief (student, wetenschapper, adviseur, beleidsmaker, architect, stedebouwkundige, etc.) over de ruimte na te denken.

Door de informele en interactieve opzet van het festival kon ruimte op allerlei manieren overdacht en bediscussieerd worden: via stellingen, een interactieve kaart, tijdens een diner en niet in de laatste plaats in een aantal workshops. Hieronder een korte verslaglegging van de verschillende workshops die werden aangeboden tijdens het festival. Foto’s vindt je op de pagina Ruimte= (rechtsboven).

Visies maken, hoe doe je dat? (Provincie Drenthe)

Alex van Oost van de Provincie Drenthe daagde de deelnemers uit om na te denken over instrumenten en rollen die een visiemaker heeft in deze veranderende tijden, waarin overheden steeds minder de uitvoerende partij zijn en steeds meer als coalitiepartner fungeren in een netwerk. Dit doet hij zelf dagelijks als creative director van de Noordervisie 2040, een langetermijnvisie voor de drie noordelijke provincies. De visie is bedoeld om over de provinciegrenzen heen te kijken en is een eigen verhaal waarin wordt voortgebouwd op de aanwezige ruimtelijke kwaliteit (en niet op de aanwezige subsidiepotjes in Den Haag en Brussel). De visie is niet ingestoken als ‘traditioneel’ uitvoeringsprogramma maar  als een uitnodiging naar alle burgers en partijen.

De deelnemers ondekten al gauw dat de rol van visiemaker lastig is om in te vullen. Wat in ieder geval belangrijk is: Mensen verbinden, mensen bereiken en de verscheidene ideeën verenigen in een toegankelijk platform. In de discussie kwamen verschillende instrumenten en rollen naar voren.

Hoe mobiliseer je actoren rond een vraagstuk? Goede informatievoorziening en specifiek het zichtbaar maken van initiatieven is hierbij van belang, hier ligt een taak voor de planner.  Goede ideeën zien en deze op gang helpen, het wegnemen van drempels indien nodig. Bijvoorbeeld door het laten meebewegen van de regelgeving met de veranderende samenleving.

En als overheid onzekerheden accepteren en partijen uitnodigen om mee te doen. Door het denkproces van burgers en partijen centraal te stellen, worden hobbels en remmende factoren zichtbaar en kunnen deze worden weggenomen. Hierbij worden kleinschalige initiatieven die dichtbij de burger staan en waar het eigen belang direct zichtbaar is steeds belangrijker, een voorbeeld hiervan zijn de lokale energiecoöperaties. Een nieuw instrument is crowdfunding: het verbinden van idee-eigenaren met financierders. Door 1 euro te investeren in een goed idee in je eigen buurt, krijg je hier een betere leefomgeving voor terug. Hiermee vindt de besluitvorming plaats vanuit de inhoud en ligt deze bij de burgers.

Als visiemakers kunnen we niet meer rekenen op de doorwerking van een eigen gemaakt plan. We beroepen ons op de input, het draagvlak en de output van belangrijke partijen om ons heen. De taak van de planner van vandaag is het regisseren en verbinden van partijen. Hier ligt ook de kracht van een langetermijnvisie: het bij elkaar brengen en enthousiasmeren van friskijkers en dwarsdenkers.

 

De gezonde stad (Gemeente Groningen i.s.m. Mathijs Dijkstra)

In de workshop van de Gemeente Groningen in samenwerking met Mathijs Dijkstra (MD Landschapsarchitecten) staat de gezonde stad centraal. Groningen is door de EU voor een periode van twee jaar uitgeroepen tot ‘healthy ageing-stad’. Een preventieve aanpak staat centraal in dit concept: gezond zijn en blijven in plaats van genezen.

Welke rol kan ruimte spelen in het concept healthy ageing? De workshopleiders hebben niet veel tijd nodig om het belang van ruimtelijke inrichting voor een gezonde stad duidelijk te maken. In een context van de klassieke denkers over groen in de stad (o.a. Olmsted, Central Park) wordt het belang van groene ruimte en bewegingsruimte nog eens benadrukt. Dat de parken in de 21e eeuw niet meer gemaakt worden voor harde werkers om te genieten van hun welverdiende rust maar juist gebruikt worden om activiteit en beweging te stimuleren, past in de visie van Groningen als gezonde stad. Het doel is inwoners ongemerkt meer te laten bewegen en door een doordachte inrichting van de ruimte kan dit aangemoedigd worden.

Dat de klassiekers nog steeds van invloed zijn, blijkt uit het feit hoe Groningen terug wil naar het flaneren op de Hereweg, haar Diepenring wil herinrichten en de historische structuur van haar stad omarmt in een nieuwe stadsassenstructuur. Meer ruimte creëren voor gezonde gewoontes als wandelen en fietsen. Ongemerkt gezond van A naar B: bewegen is immers het middel, niet het doel!

 

Ontwikkelmodel 3.x. (Open Lab Ebbinge)

“Ruimte is tijdelijk, dus doe er in de tussentijd iets leuks mee.” Deze boodschap droeg Open Lab Ebbinge (OLE) uit tijdens haar workshop met als onderwerp het creëren van tijdelijke, openbare ruimte.

Het Open Lab voorziet de stad Groningen tot 2016 van een openbare ruimte op het terrein van de voormalige gasfabriek (CiBoGa) in het centrum van Groningen. Deze plek is bestemd als een grote nieuwbouwlocatie voor winkels, woningen en kantoren en de uitbreiding van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Het doel van dit project is om het Ebbingekwartier een tussentijdse ‘oppepper’ te geven en het terrein een toonbeeld te laten zijn voor mobiele architectuur en tussentijdse stedebouw. Kennis en ervaringen omtrent dit unieke project werden tijdens de workshop gedeeld.

Deelnemers van Ruimte= werden in de tweede helft van de workshop uitgenodigd zelf een fictieve, braakliggende ruimte van een hectare tijdelijk te gaan gebruiken als openbaar terrein. Tijdelijk openbaar ruimtegebruik lijkt eenvoudig en spontaan tot stand te komen, maar vraagt in het voortraject om een lange adem en uiteraard om een helder, goed doordacht concept. In een vroeg stadium dienen diverse stakeholders actief betrokken te worden. Vervolgens wordt bij de uitwerking aandacht besteed aan en veelheid aan aspecten: grondeigendommen, vigerend ruimtelijke beleid, aanleg van enkele nutsvoorzieningen, de synergie met de omgeving,  het beheervraagstuk etc.

Het creëren van een tijdelijke openbare ruimte op de schaal van het OLE-terrein is makkelijker gezegd dan gedaan. Open Lab Ebbinge is een bijzonder project dat veel aandacht genereert in binnen- en buitenland. Daarom zet het Open Lab zich actief om hun kennis en ervaringen met belangstellenden te delen.

 

Herbestemmen van locaties (Regio Groningen-Assen)

De Regio Groningen-Assen verzorgde een workshop over de omgang met leegstaande terreinen en regionaal geprioriteerde ontwikkelgebieden, waaronder Westpoort en Meerstad. Vanwege de huidige economische crisis zijn de huidige programma’s voor woningbouw en bedrijventerreinen bijgesteld. Onlangs is de regio akkoord gegaan met het schrappen van een fors deel van de woningbouwplannen voor de komende jaren.

Deelnemers van Ruimte= werden uitgenodigd om te brainstormen en ideeën te generen over hergebruik van ontwikkellocaties. De workshopleiders wisten in korte tijd een oogst aan ideeën te verzamelen voor tijdelijke planvorming en ontwikkeling van uitleglocaties in de regio Groningen-Assen gericht op vrijtijdsbesteding, studentenhuisvesting, duurzame energie, (stads)landbouw, klimaatverandering etc.

Regio Groningen-Assen bestaat uit twee provincies en elf gemeenten die over hun bestuurlijke grenzen heen kijken en gezamenlijk invulling geven aan de ruimtelijke economische ontwikkeling van de regio. Die ontwikkeling is opgehangen aan de Regiovisie met inmiddels bekende ‘T-structuur’. Jaarlijks storten de deelnemers een bijdrage in een regiofonds. Hieruit worden cruciale regionale projecten (mede) gefinancierd.

Historie wegennet in vogelvlucht (Rijkswaterstaat)

Jan-Willem de Jager van Rijkswaterstaat nam de aanwezigen mee op een historische vogelvlucht langs de verschillende stadia van ons rijkswegennet. Daarbij besteedde hij specifieke aandacht aan de manier waarop wegen worden ingepast in hun omgeving. Van de Romeinen, met het eerste planmatige wegennet, via de middeleeuwse Hessenwegen, Duitse autobahnen en Amerikaanse parkways, kwamen de toehoorders uiteindelijk uit bij het huidige Nederlandse snelwegennet.

In eerste instantie werd dit netwerk met open armen ontvangen en gezien als een teken van vooruitgang, maar naarmate de snelweg een grotere impact op zijn omgeving begon te krijgen sloeg het imago om. In deze worsteling proberen wegbeheerders als Rijkswaterstaat in toenemende mate schaalniveaus aan elkaar te verbinden: daar waar transport- en lokale belangen elkaar raken wordt in toenemende mate gezocht naar oplossingen waarmee verschillende belangen worden gediend. Met integraal denken en handelen kunnen rijk en regio elkaar versterken.

//

Nationaal Energieakkoord ademt (te) weinig ambitie

Afgelopen vrijdagavond 5 juli discussieerden leden van Ekistics met elkaar over het Nationale Energieakkoord. De aanleiding hiertoe vormde de uitgelekte, voorlopige inhoud van dit akkoord.

Begin juli maakte de NOS de belangrijkste afspraken bekend die staan opgenomen in de concepttekst van het Energieakkoord. Naar aanleiding hiervan is binnen Ekistics een discussie op gang gekomen over potentiële bijdrage van dit akkoord aan een daadwerkelijke versnelling van de energietransitie in Nederland. De stelling luidt: Op basis van het uitgelekte energieakkoord is de transitie in Nederland naar een duurzame energievoorziening gedoemd te mislukken.”

De stelling levert onder de aanwezige Ekistici een levendige discussie op. De meeste aanwezigen lijkt het eens te zijn met deze stelling. Het belangrijkste argument hiervoor is dat de huidige kabinetsdoelstelling – zestien procent duurzame energie in 2020 – geheel wordt losgelaten in het Energieakkoord. Daarmee is te verwachten dat Nederland nog langer achter blijft lopen in Europa en deze situatie is niet wenselijk. Hoe langer we wachten, hoe minder we profiteren van vernieuwingen en daaraan verbonden economische voordelen (bv. werkgelegenheid en het vermarkten van kennis).

Een ander argument is dat er belangrijke zaken ‘over het hoofd’ worden gezien. In het akkoord worden geen afspraken gemaakt over de benutting van restwarmte en energiebesparing in de energie-intensieve industrie, terwijl hier nog een wereld te winnen is.

Tot slot vinden sommigen dat er meer aandacht moet komen voor de naleving van het akkoord en het financieel instrumentarium gekoppeld aan de gemaakte afspraken. Hoe kan lokale duurzame energieopwekking – gelet op mogelijkheden voor salderen – voor langere tijd aantrekkelijk worden gemaakt? Hoe kan de markt voor energiebesparende maatregelen bij huishoudens écht worden aangejaagd?

Onder leiding van de SER wordt door de betrokken partijen, waaronder vakbewegingen, werkgevers, milieuorganisaties en belangengroeperingen gestaag doorgewerkt om te komen tot een Nationaal Energieakkoord. Het definitieve akkoord wordt medio juli vastgesteld. In de omschakeling naar een duurzame energiehuishouding is ‘ruimte’ een expliciete factor en daarmee interessant discussievoer voor planologen.

Jonge planologen zoeken nieuwe rol

Nu de overheid zich deels terug trekt uit de ruimtelijke ordening en de bouwsector op z’n gat ligt, is het voor startende planologen moeilijker een eerste baan te vinden. Tegelijkertijd verschuift met de toenemende aandacht voor zelforganisatie, bottom-up stedenbouw en organische ontwikkelen het speelveld. Vraaggestuurde ontwikkelingen staan centraal en dat biedt kansen voor startende planologen. Daarvoor dienen zij zich wel een andere rol aan te meten.

De leden van Ekistics discussieerden met elkaar of deze redenering hout snijdt en hoe deze rol dan invulling zou moeten krijgen. Startpunt was de stelling dat binnen de hierboven geschetste context jonge planologen zelf initiatieven moeten starten, collectieve dienen te vormen en tot visies en plannen kunnen komen. Kortom, activistische planning met de jonge planoloog als aanvoerder!

Er zijn veel sprekende voorbeelden waarbij planologen, stedenbouwers en andere jonge ruimtelijke professionals, al dan niet in samenwerking met anderen, zelf projecten zijn gestart. Vanuit hun passie hebben zijn vervolgens andere partijen warmgemaakt voor nieuwe onderzoeksvragen en opdrachten  en zo hun uiteindelijke eigen werk gegenereerd. Denk aan MAAK050 in Groningen of De Luchtsingel van ZUS in Rotterdam. Meer voorbeelden zijn te vinden op  De Energieke Stad of Kracht in NL.

De vraag is wie de sprong in het diepe aandurft. Het lijkt in eerste instantie minder in de genen van de beleidsmatig en bestuurskundig getrainde planologen te zitten in vergelijking met hun collega’s in de architectuur en stedenbouw. Daarnaast is het een moeilijke afweging wanneer energie te steken in sollicitaties en wanneer in de ontwikkeling van eigen projecten. Tegelijkertijd bezitten planologen met hun integrale blik en verbindend vermogen juist belangrijke kwaliteiten om initiatieven op te starten en naar een hoger plan te tillen. Daarbij biedt de huidige technologie veel kansen ideeën uit te werken en netwerken te vormen zonder grote financiële voorinvesteringen te moeten doen. Sommige aanwezigen roken hun kans en weten zich met Ekistics verzekerd van een uitstekend netwerk om hun initiatieven tot een succes te maken.

Terugblik: Ruimte=

Dinsdag 4 juni, Locatie: Academie van Bouwkunst

Dinsdag 4 juni, Locatie: Academie van Bouwkunst

Het festival Ruimte= zit er op! Zeven workshop, 8 ontwerpteams, 10 taarten, 50 ruimtelijke hits, meer dan honderd zelfgemaakte naamkaartjes en liters koffie, thee en fris hebben 4 juni tot een gezellige, aantrekkelijke en vooral ook inspirerende dag gemaakt.

In totaal heeft Ruimte= ruim 80 studenten mogen verwelkomen van diverse ruimtelijke studieachtergronden, met daarnaast academici, adviseurs, professionals, beleidsmakers, architecten en (stede)bouwkundigen! De informele en interactieve opzet van het festival heeft tot veel positieve reacties geleid.

De organisatie wil iedereen die dit succes mede mogelijk heeft gemaakt, en daarmee deelnemers, ontwerpteams, ontwerpcoaches, de Academie van Bouwkunst en de workshouders hartelijk danken voor de bijdrage hun ongeremd enthousiasme en energie.

De foto’s, verslagen van workshops

Dinsdag 4 juni, Locatie: Academie van Bouwkunst

en een filmpje dat een sfeerimpressie geeft, komen zo snel mogelijk online.

Ruimte=

G.D.P. Ekistics vierde dit jaar zijn 5-jarig bestaan. Ter gelegenheid hiervan organiseerden wij het ruimtelijk festival Ruimte=. Op 4 juni vond dit plaats op de Academie van bouwkunst, Zuiderkuipen 19 te Groningen. Op deze dag kon je meedoen aan workshops, minicursussen, tentoonstellingen en allerlei andere activiteiten. Je kon zowel ’s middags als ’s avonds komen, en uiteraard ook allebei. Hieronder het programma:

Het programma

‘S Middags (15:00-18:00)

Middagprogramma

‘S avonds (19:00-22:00)

Avondprogramma

1ste Lustrum Ekistics

Het is 20 maart 2008. Het Groninger Dispuut der Planologen Ekistics ziet het eerste levenslicht. Nog geen maand ervoor kwam het half serieus ter sprake. Moe en vol filosofische gedachten zaten we in de kroeg na te praten over het tentamen planning theory. We zouden het wel gehaald hebben, maar wát was dít vak een eye opener. Vol van de vers opgedane ideeën discussieerden we onder het genot van een biertje over alles wat los en vast zat in de Nederlandse ruimtelijke ordening, welke zaken eigenlijk belachelijk waren dat ze zo werkten, en vooral: welke filosofische inzichten we zouden aanwenden om de Nederlandse ruimtelijke planning anders vorm te geven. Biertjes en filosofische ideeën gingen gebroederlijk over tafel en voor we het wisten ging de volgende dag ten koste van deze vruchtbare avond en nacht. Dat we dat niet eerder hadden gedaan! Ja, tot laat bier drinken natuurlijk wel, maar waarom alleen vakinhoudelijke discussies in de collegebanken? En zoals wel vaker met goede ideeën, kwam het idee om een Groninger Dispuut der Planologen op te richten ’s nachts na enkele alcoholische versnaperingen.

Twee nachtelijke sessies later was het zover. We hadden een naam: Ekistics, vastgelegd in statuten. We konden nu echt van start. Heimelijk werden de eerste 3 brieven verstuurd om geschikte leden te werven. Omdat de ontvangers geen idee hadden van het bestaan van dit dispuut, kwamen ze verrast, nieuwsgierig en vol spanning naar de inhuldiging. Na 5 jaar heeft Ekistics 23 leden en is veel bereikt: een stuk of 50 dispuutsavonden, met vruchtbare discussies na een heerlijke maaltijd en altijd onder het genot van een drankje; een reis naar Hamburg; een reis naar Newcastle; een high tea met Patsy Healey; twee ruimtelijke verkiezingsdebatten; etc. etc. En ter gelegenheid van dit eerste lustrum gaat het dispuut wederom op reis. En ditmaal zijn het niet de jonge leden die in spanning afwachten wat er gaat gebeuren, want die staan aan het roer. Het is de oude garde die, als een kind dat op schoolreisje gaat, vol verwachting uitkijkt naar wat ons komend weekend te wachten staat. Kortom, het initiatief en de regie ligt inmiddels een generatie verder en zo hoort het ook. Ekistics leeft!

Marc Beeftink
mede-oprichter van G.D.P. Ekistics