Aftermovie Ruimtelijk Verkiezingsdebat 2017

Benieuwd naar de hoogtepunten van het Ruimtelijk Verkiezingsdebat 2017? Klik hier voor de aftermovie!

Advertenties

Verslag Ruimtelijk Verkiezingsdebat 2017

Naar aanleiding van de landelijke verkiezingen op 15 maart debatteerden Stientje van Veldhoven (D66), Andre Bosman (VVD), William Moorlag (PvdA), Harry van der Molen (CDA), Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) en Sandra Beckerman (SP) in de Aula van het Academiegebouw. Bij deze derde editie van het Ruimtelijk Verkiezingsdebat debatteerden deze kandidaat Kamerleden over het energie landschap, mobiliteit, de kracht van de regio, de woningmarkt en waterveiligheid. Onder leiding van presentator Joost Karhof werd deze interactieve avond in goede banen geleid. Aan het eind van het debat bleek D66 de populairste partij onder het aanwezige publiek, dat grotendeels uit studenten van de FRW bestond. Het CDA was de partij met de grootste stijging van het aantal stemmen. Voor het verslag van de RUG klik hier.

Is planoloog zijn een professie?

Planologen; ze hebben hun eigen opleidingen en vakbladen, spreken hun eigen vaktaal, en bij sommigen staat ‘ planoloog’ daadwerkelijk vermeld op hun visitekaartje. Maar in hoeverre is zijn van ruimtelijk planner een beroep?

Als bijdrage aan een onderzoeksproject van Tuna Tasan en Willem Korthals-Altes besprak Ekistics deze vraag. Een duidelijk ‘ja’ of ‘nee’ kwam niet uit de discussie naar voren en dat maakt het des te interessanter.

Wat is het dat de planoloog, planoloog maakt? Ze zijn ‘tolken’, zo werd gesteld. Ze verbinden verschillende actoren, ieder met hun eigen taal en sprekend vanuit hun eigen perspectief, rond een ruimtelijke vraagstuk. Tegelijkertijd werd geopperd dat planologen vooral navigators zijn. Ze zoeken naar wat kan, binnen de grenzen van wat mag. Dat vraagt kennis over juridische kaders en financiële mechanieken, en ervaring en creativiteit om heir handig in te manoeuvreren. Een derde perspectief op de rol van de planoloog is die van ruimtelijk visionair. Daarbij gaat het om het verkenning van wenselijke ontwikkelingspaden en het smeden van coalities rond deze paden.

De vraagt blijft, in hoeverre de kennis, vaardigheden en houding die aan deze rollen verbonden zijn, specifieke capaciteiten van planologen zijn. Een blik op het werkveld leert ons dat ook economen, sociologen, politicologen, ingenieurs en juristen het ruimtelijk ontwikkelen van Nederland tot hun beroep hebben gemaakt. Ze zijn ‘stiekem’ een beetje planoloog geworden!

Stedelijke vernieuwing en de rol van woningbouwcorporaties

De stedelijke vernieuwingspraktijk staat op de kop. In het bijzonder de rol van woningcorporaties wordt kritisch tegen het licht gehouden. Daarvoor zijn talloze aanleidingen. Denk aan het zeer kritische rapport “Ver van huis” van de Parlementaire Enquêtecommissie, de definitief geworden verhuurdersheffing, de economische crisis, de vergrijzing van de bevolking en verdunning van huishoudens, en ook een wijziging van de Woningwet staat op de rol. Een herijking van de rol van woningbouwcorporaties is daarmee noodzakelijk.

De leden van Ekistics gingen daarom in debat over de rol van woningbouwcorporatie in toekomstige stedelijke vernieuwingsprogramma’s. De stelling luidde:

“Een woningbouwcorporatie dient zich sec te richten op het aanbieden van huurwoningen en het verdedigen van de belangen van de huren. Dit heeft als consequentie dat zij de rol als ‘integrale gebiedsmanager’, of de ambitie deze te vervullen, achter zich dient te laten.”

Er werd verdeeld gereageerd op deze stelling. Enerzijds werd betoogd dat woningbouwcorporaties zich meer moeten opstellen als belangenvertegenwoordigers van huurders en zich minder moeten laten verleiden om een leidende rol te nemen in integrale gebiedsvernieuwing. Een stringente afbakening van het takenpakket past hierbij. Dit zou ook het vaak ingebakken verbond tussen gemeenten en woningcorporaties verbreken en meer ruimte bieden aan andere partijen in stedelijke vernieuwingsprogramma’s. Anderzijds waren er zorgen over hoe het speelveld van actoren zich dan zou ontwikkelen. Hoe wordt een integrale aanpak geborgd? Wie pakt de handschoen op? En verdwijnt hiermee niet een belangrijke partner voor gemeenten niet te veel naar de achtergrond? Ekistics zal de ontwikkelingen op de voet blijven volgen.

Ekistics ontdekt de Overijsselse Vecht

Je zou het niet zeggen als je de kalme, onschuldig ogende Vecht door het Overijsselse landschap ziet stromen, maar deze regenwaterrivier zorgt voor wateroverlast. De waterveiligheid is in het geding en daarom sloegen in 2009 twaalf partijen de handen ineen om het stroomdal van de rivier opnieuw in te richten.  Daarbij worden ook kansen gezien voor recreatie, natuurontwikkeling en landbouw. Ekistics ging op pad met projectsecretaris Maarten Pouwel om te bekijken wat het project anno 2014 heeft opgeleverd en om mee te denken over hoe het verder moet. Wat een mooi stukje Nederland kreeg zij te zien!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Van nevengeul tot uitkijktoren

Vier projecten werden bezocht. De nevengeul bij Vechterweerd, waarbij camping Boerhoes op slimme wijze ineens haar eigen ‘waterfront’ heeft. De herinrichting van Landgoed het Lear, waarbij de realisatie van extra bergingscapaciteit is gecombineerd met een opknapbeurt van het landgoed. Ook uitkijktoren de Stokte werd beklommen. Vanaf het platform zijn de sporen van de voormalige loop van de Vecht goed te herkennen. Een prachtige plek voor een romantische, nachtelijke bivak. Tot slot werd het Vechtpark aan inspectie onderworpen. De meningen waren unaniem, een ingenieus ontwerp waarbij letterlijk waterveiligheid, natuurontwikkeling en recreatie bij elkaar zijn gebracht. Bovendien heeft Harderberg er een prachtig park bij. Alleen dat uitzicht op het nieuwe stadhuis…

Advies

De projecten zijn grotendeels gefinancierd uit het investeringsbudget dat de provincie Overijssel ter beschikking stelde na de verkoop van haar aandelen in Essent. In 2015 komt er een einde aan deze financiering. Aan Ekistics werd gevraagd hoe het projectbureau met minimale middelen de ontwikkelingen in het stroomdal ook na 2015 kan blijven aanjagen.

De adviezen van Ekisticsleden vallen uiteen in twee categorieën: het wat en het hoe. Met betrekking tot de eerste categorie werd een variatie aan creatieve en innovatie projecten geopperd, waarbij het belang en het eigenaarschap vooral bij de gebiedsgebruikers zou liggen. Bijvoorbeeld: hotellodges op de oevers, Vestival Vecht, mediatiezones, de Vecht triatlon, etc.

Wat betreft het hoe heeft het projectbureau volgens Ekistics vooral een faciliterende rol. Daarbij gaat het om het verbinden en activeren van visionairs, creatieveling en trekkers, zodat hun ambities elkaar kunnen versterken en daadwerkelijk tot nieuwe ontwikkelingen leiden. Dit vraagt ook het bieden van zekerheden. Duidelijk kaders en regels waar overheden zich voor een lange periode zich aan committeren en initiatiefnemers op kunnen bouwen. Ekistics acht dit essentieel voor het vertrouwen om investeringen te willen doen. Maak de projecten ook beter zichtbaar en vier elk succes. Aandacht genereert verbondenheid. Zet tot slot in op participatieve monitoring van de ontwikkeling van het Vechtdal en de hieraan verbonden projecten. Dit maakt burgers, gebruikers en ondernemers bewust van de complexiteit van de opgave, versterkt de reflexiviteit op planningstrategieën en interventies en ondersteunt gezamenlijk leren.

De Overijsselse Vecht, mede dankzij de investeringen van afgelopen jaren ligt die er prachtig bij. Nu maar hopen dat dit niet als een vanzelfsprekendheid gaat worden gezien.